In 15 minuten een sterker LinkedIn-profiel

Het kost je ongeveer 2 minuten om dit artikel te lezen

De cijfers van LinkedIn liegen er niet om: al bijna 3 miljoen Nederlanders maken gebruik van dit sociale netwerk*, elke dag komen er in Nederland gemiddeld 2.000 gebruikers bij, per dag kent LinkedIn 400.000 unieke Nederlandse bezoekers die gemiddeld 7,3 minuten op de site doorbrengen**.

Toch kom ik nog veel LinkedIn-profielen tegen die gemakkelijk een stuk sterker gemaakt kunnen worden. Om die reden hier 10 tips om je LinkedIn-profiel in ongeveer 15 minuten een stuk sterker te maken.

1. Professional headline – Gebruik hier termen waarop je gevonden kunt worden door mensen die (mogelijk) geïnteresseerd zijn in de diensten die jij aanbiedt. Je profiel wordt niet gevonden op termen als ‘consultant’ of ‘owner’, maar wel op ‘belastingadviseur’ of ‘eigenaar online reclamebureau’. Wees specifiek!

2. Websites – Aan je LinkedIn-profiel kun je meerdere websites toevoegen. Verwijs naar websites waar interessante informatie is te vinden voor de bezoekers van jouw profiel. Als je bij websites de optie “Other” kiest, kun je een korte tekst invoegen. Dit geeft de bezoeker een idee waar je hem/haar naartoe verwijst.

3. Public Profile – Standaard is de link naar je publieke profiel (dat voor iedereen zichtbaar is) niet erg fraai. Hier kun je iets aan doen. Klik op ‘Edit’ naast de URL. Vervolgens kom je in een scherm waar je (aan de rechterkant) kunt aanvinken welke onderdelen zichtbaar mogen zijn op jouw publieke profiel. Klik op de link ‘Customize your public profile URL’ om deze aan te passen. Bijvoorbeeld http://nl.linkedin.com/in/voornaamachternaam.

4. Summary & specialities – Waarom is het belangrijk om dit in te vullen, als je ook je Experience ingevuld hebt? Summary kun je gebruiken om (iets) dieper in te gaan op waar je momenteel mee bezig bent / recentelijk mee bezig bent geweest. Op mijn profiel verandert de informatie onder Summary dus ook steeds mee met mijn carrière.

5. Experience – Ik heb er voor gekozen om per functie een aantal projecten te noemen waar ik trots op ben. Op die manier kunnen mijn connecties zien wat ik leuk vind en waar ik goed in ben. Het kan in ieder geval helpen om e.e.a. wat tastbaarder en begrijpelijker te maken voor bezoekers van je profiel die misschien niet jouw vakinhoudelijke kennis hebben.

6. Personal Information – Als je graag bereikbaar wilt zijn voor je LinkedIn connecties, dan kun je ervoor kiezen om hier ook je (mobiele) (werk)nummer in te vullen.

7. Recommendations – Wat andere mensen over jou zeggen, telt zwaarder dan wat je over jezelf zegt. Om je LinkedIn-profiel op 100% te krijgen, is het dan ook noodzakelijk om tenminste 3 aanbevelingen te krijgen. Als je nog geen aanbevelingen hebt, vraag ze dan aan collega’s en relaties.

8. Applications – Onder het tabje ‘More’ (links van de zoekbalk in de navigatiebalk) vind je de optie ‘Get more applications’. Hier kun je applicaties toevoegen aan je profiel, zoals een boekenlijst met interessante boeken uit de collectie van Amazon of een Slideshare module met presentaties die je graag met jouw connecties zou willen delen.

9. Groups & companies – In de zoekbalk kun je niet alleen zoeken op personen, maar ook op groepen en bedrijven. Een mooie manier om je connecties uit te breiden, is door te zoeken naar bedrijven waar je zaken mee doet en te kijken wie er allemaal actief zijn binnen de bijbehorende bedrijfspagina. Binnen groepen vind je mensen met dezelfde interesse (en dus potentiële connecties / klanten).

10. Koppeling met Twitter – Op het moment dat je een Twitter-account toevoegt aan je LinkedIn-profiel kun je Tweets doorplaatsen naar de status update van LinkedIn. Standaard staat deze zo ingesteld, dat niet al je Tweets binnenkomen op LinkedIn, alleen Tweets voorzien van hashtag #in. Op deze manier kun je jouw status makkelijk updaten en verschijn je dus vaker op de LinkedIn-homepage van jouw connecties.

Wat zijn jouw LinkedIn-tips?

* Bron: LinkedIn Ad Platform, juli 2011.

** Bron: Recruiting Round Table, januari 2011.

Uitgelichte afbeelding: Jochem Koole, licentie: CC BY

Gepubliceerd op: 16 oktober 2011